Controle en toch laten gaan.

Uit Acteren is een Vak 14

Acteren is een vak waarbij je nogal eens contradicties tegenkomt. Zo moet je aan een kant alles kennen en beheersen, terwijl aan de andere kant je alles moet kunnen loslaten en je laten overkomen. Dat klinkt als twee dingen die niet samen kunnen gaan. Ik vergelijk het altijd met hoe je dingen leert. Fietsen bijvoorbeeld. Ik leerde fietsen met mijn vader. In die tijd kreeg je een fiets, als er geld was, als je er groot genoeg voor was. Ik zal een jaar of 6, 7 geweest zijn. Groter dan kleuter, denk ik, maar nog wel een uppie. Het plein waar we woonden was een mooi oefenterrein. In het midden stond een grote kerk, rondom een stoep en een weg in een wijk waar het relatief rustig was, in overigens ook nog niet zo'n autorijke tijd. Wij hadden geen auto, de fiets en het openbaar vervoer, daarmee kwamen we altijd waar we moesten zijn.

Ik herinner me dat ik op de fiets ging zitten en dat mijn vader de fiets vasthield. Zo kon ik niet vallen. Eerst oefende ik stukjes op de stoep. Kleine stukjes en niet te hard. Hoe trots was ik de eerste keer dat we om de hele kerk heen gefietst hadden. Een enorme prestatie! Meer! Verder, dat wilde ik. Mijn vader vond het goed, al was het niet verder dat we gingen, maar ik mocht de weg op. Mijn vader op de stoep, zijn hand op mijn schouder, ik op de weg, slingerend en wiebelend, maar wel weer een heel rondje. Zo groot als je je dan voelt. En toen: ik mocht nog verder. Nu mocht ik tot de hoek zonder de hand van mijn vader. Hij rende wel mee, want die bochten waren nog wel een eng ding voor me. Bij de bocht stond hij en hielp me afstappen en weer opstappen voorbij de bocht. En weer, los tot de volgende bocht. Nog altijd kan ik dat gevoel van opperste macht en blijheid voelen (een mooie 'memory' voor geluksgevoel, dat kan ik gerust zeggen). Genietend zei ik dat ik nog wel een keer wilde. Mijn vader was moe. Na een werkdag met je dochter rondjes om de kerk rennen is geen sinecure.

Ik kon wel lef hebben, dus heel stoer schijn ik te hebben gezegd dat ik het dan wel zelf zou doen. Hij heeft me geholpen met opstappen, ik fietste weg, hij bleef staan. De bocht naderde, evenals mijn realisatie: ik kan nog niet zelf afstappen!! Voorzichtig draaide ik me om, zag hem staan, en met die draai moet ik mijn stuur tegen de stoeprand hebben gezet, want boem, daar lag ik. Het huilen nader dan het lachen, want dat was niet de bedoeling. Mijn vaders reactie? "Nou weet je ook dat je kan afstappen."

Hett fietsen ging steeds beter, steeds makkelijker, als puber kon ik met gemak met losse handen, ik had controle. Door te oefenen had ik volledige controle gekregen. Nadenken over bochten, hand uitsteken, remmen, afstappen: het ging allemaal vanzelf. Tijdens het fietsen kon ik bezich zijn met andere dingen, zoals het zien van jonge zwanen op weg naar mijn school, lammetjes, en in de winter gladde plekken die ik omzeilde om niet onderuit te gaan.  Ik heb dierbare herinneringen aan fietstochten waar mijn gedachten alle kanten op gingen, behalve die van het fietsen zelf.

Dat is waar ik het over heb als ik de schijnbare contradictie van het acteren bedoel. Je gaan van onbewust onbekwaam naar onbewust bekwaam. De tussentijd is je leertijd, als je er eenmaal bent, mag je alles wat je geleerd hebt uit je hoofd zetten. Omdat datgene wat je doet vanzelfsprekend is geworden. Je doet het op het moment dat het nodig is om het te doen. Niet het moment er voor, niet het moment er na. Je hebt de controle, en je mag het heerlijk laten gaan.


Mooi toch?

Oja, en over die memories schrijf ik een andere keer meer.

handtekening-ida

Dingen die ik leer probeer ik ook in mijn lessen in te zetten. Meer weten over mijn lessen? Ga naar workshops en trainingen op mijn website voor een overzicht van het hele aanbod


linkedin facebook twitter