Het kennen van de tekst

Uit Acteren is een vak 3-11

Tijdens mijn regie werd mij op een avond gevraagd of ik niet voor in het begin van de periode toch een souffleur wilde aanwijzen. Ik werk niet met een souffleur. Daar heb ik ook argumenten voor. In de manier waarop ik regisseer analyseer ik vooral de inhoud van het stuk met de spelers. Ja, met hen samen. Ik wil dat zij - net als ik - begrijpen waar het stuk over gaat. Hun huiswerk is in eerste instantie niet tekst leren, maar ontdekken waarom juist die tekst gezegd moet worden. Ik leer hen het grotere verband te doorgronden en de logica van hun rol. Natuurlijk komt die tekst steeds om de hoek kijken. Dat is het houvast om het stuk te gaan begrijpen. 

In de eerste weken van de regie geef ik voornamelijk spel en onderzoeksopdrachten om het stuk en de rol te gaan begrijpen. Mensen worden daar soms zenuwachtig van: wanneer mag ik mijn tekst nou gaan LEREN! Ik laat tekst pas leren als ik merk dat ze de inhoud van de scene snappen. Veel amateurspelers vinden dat lastig. Meestal zijn ze gewend dat ze hun tekst zo snel mogelijk moeten kennen “want dan kan je er pas mee spelen”. Ik ben het er mee eens dat je pas echt vrij bent om te spelen als je het stuk kunt dromen.

Wat je begrijpt, kun je beter onthouden

Het leren van de tekst wordt natuurlijk heel belangrijk. Maar voor je dat doet, vind ik het nodig dat je eerst begrijpt waar het over gaat. Uiteindelijk werkt dat ook beter: dat wat je begrijpt kan je beter onthouden.
In zo’n proces van doorgronden van het stuk is het heel lastig als een souffleur meedoet. Waar de acteur aan het zoeken is op inhoud, zal de souffleur het zoeken op tekst. De souffleur is niet bezig met de inhoud, maar met het woord. En dat ‘bijt’ het proces van de acteur. 

Ik legde uit, dat als er een souffleur bij zit, dat de acteur dan in het spel “tekst” roept en vervolgens weer verder gaat. Dat lijkt een goede manier, maar wat er gebeurt is dat de acteur dan uit de rol stapt, in zijn hoofd naar de tekst zoekt, energie op de souffleur richt en vervolgens weer moet schakelen naar het personage. Al die tijd is hij ‘uit contact’, niet aan het zoeken op inhoud, hij is zijn personage kwijt. 

"Ik weet wel wat ik van je wil"

Je personage heeft er geen boodschap aan dat jij je tekst niet weet! Je personage wil iets van de ander. En daar zit je houvast om weer terug te gaan naar de woorden die de tekst je geeft: “Ik weet niet wat ik wil zeggen, maar ik weet wel wat ik van je wil”. Als je leert met dat houvast te spelen, bereik je een ander niveau van acteren, dan speel je voorbij de tekst, dan word jij het personage binnen de omstandigheden van het script. 

“Maar zolang ik mijn tekst niet ken, schiet ik er sowieso in en uit”, weersprak de actrice die me de vraag had gesteld. Natuurlijk. Zo werkt het en ik herken het, omdat ik dat zelf ook heb als ik speel. De kunst is om dan niet terug te vallen op het uitspreken van de juiste tekst, maar op de omstandigheden van het stuk, op dat wat voor jouw personage absoluut moet gebeuren. Val terug op de actie die je hebt. 

Wat als de ander niet het juiste woord zegt?

“Maar als we gaan improviseren en iemand anders zegt niet het juiste woord dan kan ik niet mijn tekst doen.” 

Dat is precies wat ik bedoel. Als je gaat wachten op en zoeken naar een woord stap je ‘er uit’. Dan ben je de acteur of actrice die zijn personage in de steek laat om een woord te zoeken. Arm personage. Hoe kan je tot leven komen als je tussentijds steeds in de steek gelaten wordt?
Ik snap de argumenten, die komen voort uit gewoontes. Ik hanteer een andere methode. En ik nodig mijn spelers altijd uit om zich daar aan over te geven en te onderzoeken hoe het werkt. 
Het blijft een proces…. ik geniet er van, want het resultaat is altijd dat mensen hebben geleerd dat het ook anders kan..

 


linkedin facebook twitter