Motiverende gespreksvoering

Uit: Tips en Weetjes over trainingsacteren 28

Ik wil graag uitgerust zijn en daarom moet ik op tijd mijn bed in. Dat weet ik al jaren, en toch... vaak ben ik in de avond heel productief. Alsof mijn denken dan beter op gang komt. Toch merk ik dat ik vaker moe op sta en liever klussen in de middag aanneem dan voor de (vroege) ochtend. In de avond schrijf ik, orden ik, werk ik klussen af, ruim ik op. Op de toppen van mijn energie denk ik wel eens. Daartegenover baal ik soms dat ik dan een halve dag op bed kan liggen, ook weer zonde van mijn tijd. En zo zwalk ik al jaren heen en weer: ik wil graag uitgerust en op tijd aan een nieuwe dag beginnen, maar om 23 uur naar bed? Mijn verstand zegt ja, maar meestal maak ik dan nog net even wat dingen af.... tot in de kleine uurtjes. Elke keer weer baal ik dan van mezelf. Herkenbaar?

Ambivalentie

Er zijn keuzes die lastig zijn. Als je iets wilt waarvoor je iets anders moet laten gaan, kan dat best een dilemma zijn. Ik weet heel goed dat op tijd naar bed gaan me gaat helpen, maar ik weet ook dat in de kleine uurtjes anders en misschien zelfs beter presteer. De balans daarin vinden is geen sinecure.

Ik heb zowel last als profijt van mijn gedrag, en weet niet of ander gedrag mij dat ook op gaat leveren. Ik ben altijd op zoek naar een motivatie om het een of het ander te doen.

In 1991 Stephen Rollnick en William R. Miller een boek geschreven over motiverende gesprekvoering. Oorspronkelijk is het gedachtengoed ontstaan in de verslavingszorg. Door open en zonder vooroordeel met verslaafden in gesprek te gaan kwamen ze tot de ontdekking dat hun gedrag, dat vaak als lastig en onhandelbaar werd beschreven, voortkwam uit het feit dat men zich onbegrepen voelde. Er werd voorbijgegaan aan het feit dat het gebruik van verslavende middelen voor de persoon ook voordelen heeft. Als je hele omgeving alleen maar op de nadelen focust  en zegt dat het moet stoppen, negeer je de voordelen. Gevolg is dat de verslaafde in een weerstand schiet, waardoor het veel lastiger wordt om van de verslaving af te komen: de intrinsieke motivatie ontbreekt omdat er ook voordelen zijn. Als je verslavende middelen gebruikt hoef je bijvoorbeeld niet aan traumatische gebeurtenissen te denken, dat is dan verdoofd. Stoppen met de middelen maakt dat er iets naar boven komt wat misschien wel veel moeilijker te hanteren is. Het gaat hierbij niet zozeer om de wil om wel of niet te stoppen maar of je het vermogen hebt om ook met de nadelen van het stoppen om te gaan.

Rollnick en Miller ontwikkelden een gespreksmethode die helpt om vanuit die ambivalentie toch te gaan zoeken naar wat nu prevaleert. Wat zou je het liefst willen, hoe ziet het er uit als je met de middelen doorgaat, hoe ziet het er uit als je verandert en dit soort vragen helpen om beide opties tegen elkaar af te wegen.

Een motiverend gesprek voeren

Rollnick en Miller ontwikkelden een gespreksmethode die helpt om vanuit die ambivalentie toch te gaan zoeken naar wat nu prevaleert. Wat zou je het liefst willen, hoe ziet het er uit als je met de middelen doorgaat, hoe ziet het er uit als je verandert en dit soort vragen helpen om beide opties tegen elkaar af te wegen. In een motiverend gesprek probeer je de voor en nadelen van beide opties met de client helder te krijgen. Daarnaast maak je onderscheid tussen wat in de techniek genoemd wordt "behoudtaal" (redenen om niet te veranderen) en verandertaal (uitspraken over de wenselijke situatie). 

Ter verduidelijking (overgenomen van de website van Motiverende gespreksvoering.com):

"Verandertaal is een verzamelwoord voor alle uitspraken die vóór verandering pleitten. Op de wipwap is dat de 'ja'-kant. Dat kunnen bijvoorbeeld de volgende soorten uitspraken zijn:

  • Nadelen van de huidige situatie.
  • Voordelen van de nieuwe situatie, van de verandering.
  • Mogelijkheden om de verandering uit te voeren.
  • Concrete stappen die iemand wil gaan zetten.

Iemand die ambivalent is zal de verandertaal steeds afwisselen met behoudtaal. Behoudtaal is een verzamelwoord voor alle uitspraken die tegen verandering pleitten. Op de wipwap is dat de 'nee'-kant. Behoudtaal is dus het omgekeerde van verandertaal.

Behoudtaal en verandertaal hebben een interessant effect. Mensen neigen namelijk te geloven wat ze zelf zeggen. Als iemand graag wil veranderen, kun je de motivatie voor verandering dus versterken door veel verandertaal te 'ontlokken'. Je doet dat onder andere door ernaar te vragen. Bijvoorbeeld: "Wat zijn voor jou de belangrijkste voordelen van het stoppen met roken?" Na het beantwoorden van deze vraag heb je - theoretisch - deze persoon geholpen om een stapje te zetten in de richting van een keuze om te stoppen.

Maar het omgekeerde is ook waar. Wanneer je vraagt naar redenen om niet te veranderen, of naar belemmeringen, dan praat de ander zich eigenlijk bij verandering vandaan. De keuze van jouw vragen is dus heel belangrijk wanneer je coacht."

Ik werk regelmatig mee aan trainingen waarin mensen leren op deze manier een gesprek te voeren. Soms met mijn persoonlijke dilemma's, soms met die van deelnemers. Het is verrassend om te merken hoe aan de ene kant zo'n gesprek lastig is (als je teveel wilt sturen bijvoorbeeld), en aan de andere kant zoveel oplevert! De coach/hulpverlener leert hoe hij dicht bij de client kan blijven en kan helpen om een gewenste verandering in te zetten. De client leert op die manier zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen. En soms moet de hulpverlener accepteren dat een client een keus maakt die niet gezond is: liever blijven drinken nu dan stoppen en niet weten hoe ik mijn gedachten dan moet stil krijgen. De ambivalentie van de hulpverlener kan daar in de weg gaan zitten: je wilt zo graag "het gebrek repareren" dat het frustreert als een client die keus (nog) niet maakt. Het hoort er bij, goed om je dat te realiseren.

Ik vind het een heel rijke methode om mensen te helpen die ambivalentie voelen waar het om belangrijke keuzes gaat. Ik hoop nog aan veel trainingen mee te mogen werken. 

 

handtekening-ida


linkedin facebook twitter