Het STAGNEERT!

Uit Acteren is een Vak 7

Ik schreef al eerder: leren acteren gaat over een proces. Het is niet een stappenplan van a-z dat je afdraait en dan kan je acteren. Leren acteren gaat over continue gevoed worden om te onderzoeken hoe iets werk, waar je iets vandaan haalt om het geloofwaardig te kunnen spelen. Soms verloopt dat heel vlot, maar niet altijd. Ik heb momenten gehad dat ik ECHT niet bij het juiste punt kon komen om een scene geloofwaardig te kunnen spelen. 

Als iets stagneert  frustreert dat enorm! Als ik mijn hele dag ingedeeld heb verwacht ik dat alles gaat zoals ik het gepland heb. Ik heb namelijk best wel een naief trekje... ik verwacht dat het altijd wel lukt... Als iets dan niet gaat zoals ik het had bedacht loopt ik vast. Dat komt omdat ik de neiging heb mijn dag vol te plannen. Herkenbaar? Dat er op een dag dan ook altijd nog kleine tussendoorklusje bij komen is mij niet vreemd. Ik ken het en weet van mezelf dat ik eigenlijk niet echt een georganiseerd mens ben.

Acteren is een vak waarin het niet ongebruikelijk is om tegen dingen aan te lopen. Het proces van zoeken naar je de juiste ingang om je personage te laten leven gaat met vallen en opstaan. De techniek van Stanislavski geeft me tools om te zoeken naar ingangen. Maar soms is het echt lastig.

Ik speelde de rol van de moeder in het stuk "Nacht, moeder" van Marsha Norman. In dit stuk vraagt mijn dochter van mij te accepteren en begrijpen waarom ze niet anders kan doen dan zelfmoord plegen. Heftig! Een onmogelijke vraag van een kind aan de moeder. Het kind zet de moeder ook voor een voldongen feit: ze gaat het echt doen.
Tijdens elke repetitie liep ik vast. Ik kreeg het niet voor elkaar om iets te vinden waar ik dit heftige gevoel, met aansluiten de realisatie dat mijn kind de daad bij het woord heeft gevoegd, werkelijk en oprecht te laten zijn. Mijn verbeelding hielp me niet, mijn zoektocht naar eigen heftige ervaringen reikte niet ver genoeg, nee, ik liep hardstikke vast. Hoe frustrerend is dat!

Mijn regisseur (Arnica Elsendoorn, een fantastische docent, regisseur en acteercoach waar ik enorm veel van heb geleerd) vroeg me of ik zelf bang was om dood te gaan. Oeps! Pittige vraag. Ik moest er over nadenken. Was ik dat? Ik dacht het niet. Het hoort bij het leven, het is eindig, dat moment komt. En ik ben nu op dit moment nog met teveel leven bezig om daar angst voor te voelen. Ik denk ook dat angst voor de dood verlammend zou werken. Ik zag het niet direct als een ingang die me kon helpen. De vraag was wel goed: in het stuk is de moeder zelf bang om dood te gaan en probeert haar dochter van haar plannen te weerhouden door haar eigen angsten te projecteren. Maar als ik niet bang ben voor de dood helpt ie me niet. 

Toen vroeg Arnica: "en de manier waarop? Denk je daar wel eens over?" Die vraag kwam wel binnen. Ik heb een lichte vorm van hoogtevrees, die voelde ik direct: stel dat ik een keer van grote hoogte val! Arnica zelf leed al langer aan COPD en haar grootste angst was te sterven door te stikken, vertelde ze. Er rinkelden allerlei alarmbellen in mij. Ja daardoor kwam ik bij angsten, de angsten die ik nodig had om het stuk oprecht te kunnen spelen. Hoe bizar! Maar nog altijd niet sterk genoeg om mij te helpen in de rol voorbereiding. Tot ik de "What if" gebruikte. Als ik mij verplaats in de situatie van Arnica, de angst om te stikken, wetend dat ze altijd al adem te kort heeft, dan benauwt me dat letterlijk. Als ik mij voorstel hoe het moet zijn, dan maakt me dat doodsbang. Ik begon me meer situaties voor te stellen: wat als ik net te laat was om iemand te redden die van een berg valt? Wat als ik net te laat ben om iemand voor een aanstormende trein weg te trekken? Wat als ik in een auto vastzit bij een overgang en de trein komt er aan? Allerlei beelden van films schieten langs. En dan dat beeld waar ik echt tot op mijn ziel angst door voelde: de tweede piloot van het vliegtuig dat tegen de bergen werd gevlogen, die uit alle macht probeerde de deur open te krijgen, tegen beter weten in, in doodsnood, letterlijk. Tot het laatste moment.

Dit heftige voorbeeld heb ik als de What if uit Stanislavski's techniek gebruikt. De techniek waarbij je je verplaatst in een situatie en je afvraagt: Wat zou ik doen als ik in die omstandigheden was? Dit hielp me om verder te komen, om voorbij de stagnatie naar een dieper niveau te duiken en de rol te spelen. Op het moment dat ik merkte dat "de deur op slot was" schoot ik in die noodzakelijke angst om deze scene oprecht te kunnen spelen.

Dank Stanislavski, voor de techniek, het helpt en geeft houvast. Als je stagneert weet je: ik heb iets uit te zoeken. Dat maakt het proces van acteren zo uitermate boeiend!

handtekening-ida


linkedin facebook twitter