"Het is maar een rol"

01 Mei 2017

Het fenomeen rollenspel is niet overal even geliefd. Toch wordt het heel vaak ingezet als middel om van te leren. Waarom dan toch? Wat maakt dat het toch altijd weer in een enorme variatie aan trainingen een vast onderdeel is?

Tijdens een training zei een deelnemer eens: "ik kan het nooit serieus nemen, ik weet dat het niet echt is. Jij speelt ook alleen maar een rol". Het klopt dat ik op dat moment inderdaad niet echt de patient, de klant, de baas of weet ik wie dan ook ben. Ik ben Ida. Het is ook inderdaad niet een echte situatie. Vaak wordt deze ter plekke door de deelnemer aangedragen, soms vooraf als dit in de training voorbereid moest worden. We werken ook wel eens met cases die niet direct de praktijk van de deelnemer zijn, maar waarin het gedrag waarmee geoefend moet worden wel te herkennen is. 

Geloof je er zelf in?

Deze week hoorde ik van een collega dat ze een nogal verwarrend oefengesprek had gehad met een coassistent in een van de grote ziekenhuizen. Tijdens de co-schappen oefenen de aankomende artsen gesprekken rondom een van de specialismes, in dit geval iets over huidaandoeningen. Bij binnenkomst gedroeg de co-assistent zich anders dan je zou verwachten. Hij leek er op gespitst te zijn te laten merken dat mijn collega geen echte patient was. Met grimassen naar collega's, opmerkingen die over de collega zelf gingen in plaats van over de patient die ze speelde en ongezouten mededelingen over de nogal ernstige aandoening die mijn collega moest voorwenden te hebben. Het leidde af, vertelde ze me. Ze voelde zich niet serieus genomen in haar werk als actrice, terwijl ze toch echt ten dienste van deze co-assistent stond. Verwarrend he? Ze had de hele tijd het gevoel dat ze werd uitgetest, of ze zelf wel geloofde in wat ze daar deed. 

Het is niet echt handig van hem, meen ik te moeten zeggen. De co-assistent krijgt mede op basis van dit gesprek een beoordeling, die nu wel eens slecht kon uitvallen. De vraag zou volgens mij eerder moeten zijn of hij er zelf wel in geloofde. Ik denk het niet namelijk.

Is het weerstand? Is het angst? Is het onbekendheid? Ik weet niet wat er aan ten grondslag ligt. Misschien een "bad day" of iets anders waardoor hij de motivatie om een goed gesprek te voeren niet kon opbrengen. Dat is soms lastig in dit soort trainingen. Je ziet de deelnemer een kort moment en gaat dan weer naar de volgende. Omdat het een toetsmoment is geeft de acteur geen feedback over hoe het gesprek is ervaren, alleen medisch inhoudelijk wordt zo'n gesprek beoordeeld. Iets wat ik erg jammer en misschien zelfs onprofessioneel vind, maar dat voor nu terzijde.  In elk geval leek het oefenen van een gesprek voor deze co-assistent niet iets wat hij graag deed. "Waarom toch altijd weer die gesprekken oefenen, laat mij maar met echte patienten werken, dan komt het wel goed..."

Wat als...

Het is waar, ik ben geen echte patient. Ik heb geen van de ziektes of aandoeningen waarover ik in gesprek ben. Net zo goed als ik geen baas in een groot bedrijf ben, of verkoper of bankmedewerker. Ik ben Ida en ik probeer mij te verplaatsen in de situatie. Ik doe hetzelfde als ik een rol in een toneelstuk speel: ik verplaats me in hoe ik zou reageren als de omstandigheden de mijne waren. Ik hoef geen buikpijn, huidaandoening of kanker te hebben om mij voor te kunnen stellen hoe ik zou reageren als ik dat wel had. De Russische acteur en theaterdirecteur Konstantin Stanislavski ontwikkelde een techniek die me daar bij helpt. "Wat als" ik de klachten van de fictieve patient had? "Wat als" ik mijn medewerkers moest aansturen? "Wat als" ik mijn geld verdiende als verkoper? "Wat als".... en zo verder. Stanislavski zegt: Doe niet alsof, maar doe zoals jij zou doen als jij in die omstandigheden zou zijn.

Door mij in te leven in hoe het voor mij zou zijn als... ben ik in staat om werkelijk te voelen, te ervaren wat het met me doet. Dat is wat ik de oefenende deelnemer laat zien: ik herschik mijzelf naar de omstandigheden en reageer alsof het mij werkelijk aan gaat. Soms huil ik, soms word ik boos, soms lach ik, en alles altijd kloppend bij wat er gaande is. Hoe oprechter ik dat kan doen, hoe meer ik de deelnemer in de gecreeerde situatie trek, waardoor we een gesprek hebben dat zo dicht mogelijk de realiteit benaderd.

Het is maar een rol.

Ja, het klopt, het is 'maar' een rol. Als het spel is afgelopen ben ik weer mezelf. Als het goed is heeft de deelnemer ervaren hoe hij dingen kan doen, anders dan voorheen. Als het goed is heeft hij inzichten gekregen, of oude patronen herkend. Als het goed is beklijft dat wat hij heeft geoefend doordat hij zelf heeft ervaren hoe lastig, leuk, interessant of irritant het gesprek was en hoe hij er mee om is gegaan. En dat is precies waarom die rollenspelen zo vaak worden ingezet. Omdat het een effectief middel is van ervarend leren. Meer dan alleen cerebraal, ook fysiek en emotioneel ben je aan de slag geweest. Het is fijn om dat voor een deelnemer te kunnen doen. Het is soms ook zwaar werk, als het om emotionele gesprekken gaat bijvoorbeeld. Dat is iets om serieus te nemen, misschien wel juist omdat het 'maar een rol' is. Want hoe vaak krijg je in het echte leven de kans om lastige en ingewikkelde dingen te oefenen voor je ze gaat doen?

Laten we elkaar serieus blijven nemen.

handtekening-ida




Plaats een opmerking


  • Jan Blokzijl :
    Helemaal waar, Ida.
    Ook als Lotus®slachtoffer speel je een rol, een spel, om de hulpverleners duidelijk te maken hoe iemand kan reageren met een bepaald letsel of ziektebeeld. Soms is het onderscheidt maar heel moeilijk te zien en te volgen voor de hulpverlener die ermee wordt geconfronteerd. De kracht van een trainingsacteur of een Lotus®slachtoffer, is om die rol zo te spelen of te zijn, zodat de ander daar leermomenten uit kan halen! Een zeer waardevolle aanvulling bij elke cursus.